De organisatieprincipes van de 20e eeuw hebben hun houdbaarheidsdatum inmiddels wel overschreden. De nieuwe principes zijn nu al te vinden in tal van verhalen over fundamentele transities in het organisatiedenken. Het is tijd voor een systemische, holistische kijk op de verbinding tussen rationele en irrationele aspecten van organiseren.
Voor DeGoudseSchool geldt uiteraard dat zij de nieuwe organisatieprincipes zoals zij die nu ziet ook op zichzelf wil toepassen, maar daar zeker ook de dialoog over wilt aangaan. Vooralsnog staat voorop het besef dat de mens van de van de ander en haar omgeving afhankelijk (niet in de zin van ' dependent', maar van 'interdependent') is, dat het succes van de een niet ten koste mag gaan van de ander. DeGoudseSchool ziet het bieden van geborgenheid en respect als een vorm van streven naar intimiteit dat een alternatief kan bieden voor het verloren gegane principe van privacy. Organisaties moeten naar de mening van DeGoudseSchool vertrouwen stellen in de vakvolwassenheid en die op peil brengen als alternatief voor controleren. Transparante uitwisseling van informatie (vertrouwen en informeren) is het vierde organisatieprincipe dat DeGoudseSchool onderkent. De samenleving en de organisaties die daarin opereren moeten naar de mening van DeGoudseSchool een veilige omgeving bieden, zodat elke vorm van beschadiging wordt voorkomen en een omgeving ruimtelijk inrichten zodat er plaats is voor variatie en variantie. Het accepteren van de eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid zijn in de visie van DeGoudseSchool het zevende en achtste organisatieprincipe, waarbij als uitgangspunt geldt dat elke vorm van verspilling bestreden moet worden. Zonder hierbij de menselijke maat en de speelruimte die waardige menselijke interactie vraagt uit het oog te verliezen.