Europa heruitvinden

Door: Teun Hardjono en Hubert Beusmans

In het webessay “kruispunt Europa” gepubliceerd in mei 2015 door het WetenschappelijkInstituut van het CDA, laten, de auteurs aan de hand van het wetenschappelijk gevalideerde Vierfasenmodel (1995). De analyse langs dit beschrijvende model, zien dat de Europese Unie zich als organisatie niet anders gedraagt dan willekeurig andere organisatie. 

Elke organisatie vindt haar oorsprong in een droom, een ideaal of in een beeld waar het in essentie om gaat. Voor Europa was dat “nooit meer oorlog”. Die oorsprong wordt gevoed uit wat men het spiritueel en intellectueel vermogen van een organisatie kan noemen. De fase waar de organisatie zich op dat moment in bevindt is de creativiteitsfase waarin ondernemerschap en innovatie centraal staan. In die fase is ook het hebben van het zogenoemde socialisatievermogen van groot belang. Een mooie illustratie van wat men onder socialisatievermogen kan worden verstaan geeft Frans Timmermans in zijn boekje “Broederschap”, pleidooi voor verbondenheid. In de literatuur komt men het begrip socialisatievermogen ook wel tegen onder de termen als “sociaal vermogen” en “bekwaamheid tot samenwerken”. In een visie document, heeft het Christelijk-Sociaal congres het over “De kracht van verbondenheid”. 

Elke organisatie moet over vier vermogens kunnen beschikken. Naast de reeds genoemde moet er ook commercieel vermogen en materieel vermogen zijn. Er zullen afnemers, klanten, leden, aanhangers gevonden moeten worden. De handel moet op gang komen en op gang blijven. Met het materieel vermogen moet gedacht worden aan het geheel van geld en goederen. Een verwoest en hongerig Europa zorgt na WO II voor genoeg vraag en de VS vulde met de Marshallgelden het tekort aan materieel vermogen aan. 

Als een organisatie te lang in de fase van creativiteit blijft hangen ligt hobbyisme op de loer. In Europa is men tijdig overgestapt naar de tweede ontwikkelingsfase, namelijk de effectiviteitsfase. In deze fase worden de dromen en idealen concreet gemaakt en bevlogenheid maakt plaats voor pragmatisme. De roep dat het allemaal anders moet wordt ingeruild voor zakelijk calculeren, wat levert iets op en wat niet, voor procedures en systemen en voor het geloof en vertrouwen in macro economische modellen. Vergroten van het commercieel vermogen staat voorop de interne markt wordt groter en meer materieel vermogen lonkt. Echter niet alleen het spiritueel en intellectueel vermogen komt onder druk te staan, maar ook het socialisatie vermogen. In Europa zien we dat vanaf de vijftiger jaren vertaald in het ontstaan van tal van structuren van de Europese instituties, zoals het sectorenbeleid, waarvan het gemeenschappelijke landbouwbeleid het meest in het oog springt. Zoals elke fase heeft ook effectiviteitsfase zijn valkuil, namelijk verkokering. Wie herinnert zich niet de boterbergen, vleesbergen en wijnplassen. De Europese Unie stapte net op tijd over naar de derde fase, de zogenoemde efficiency fase. 

Het verdrag van Maastricht kan als markeringspunt worden gezien. Met de val van de Berlijnse muur viel en de implosie van SovjetUnie, leek het idee van “nooit meer oorlog” dichterbij dan ooit. Overigens ook die gebeurtenissen zijn voor veel jongeren alweer gebeurtenissen uit vervlogen tijden. In Europa zien we dat zowel het spiritueel en intellectueel als het socialisatie vermogen vrijwel geheel verdampen. 

Ondanks de euforie van de jaren ‘90 is dit misschien wel het grootste drama dat de Europese Unie is overkomen. Valt het iemand te verwijten? De spectaculaire expansie van de Europese Unie in die jaren vormde niet echt het klimaat om ideologische, sociologische, economische en materiële verschillen al te scherp aan de orde te stellen. In zo’n efficiency fase staan winst en markt, materieel vermogen en commercieel vermogen, in het centrum van de belangstelling. Nog steeds wordt in de hele breedte van het maatschappelijk spectrum gelooft dat argumenten welke terug te voeren zijn op markt en geld overtuigend genoeg zijn. Wat men daarbij vergeet is dat erosie van het socialisatie en spiritueel en intellectueel vermogen leiden tot een groot gevoel van onbehagen en onverschilligheid en uiteindelijk zelfs tot boosheid en agressie kan leiden. Dit is wat Europa nu overkomt. In begin valt dat misschien niet zo op, maar wreekt zich juist op het moment dat de organisatie onder druk komt te staan. De economische crisis en het Griekenland drama zijn voorbeelden van dergelijke druk, die ook nog eens enorm is toegenomen met de migrantenproblematiek. De verschuiving van de geopolitieke verhoudingen doen daar ook al geen goed aan en wie weet is de Brexit de druppel die de emmer doet overlopen. 

De efficiency fase kenmerkt zich door een ongebreideld geloof in de zegeningen van maximalisatie, centralisatie van de macht, specialisatie, standaardisatie, synchronisatie en concentratie van activiteiten. De visie van de liberaal Guy Verhofstadt over hoe het nu verder moet met Europa is doordrengt van dit centralistisch denken. De valkuil van de efficiency fase is vervallen in bureaucratie, waarbij samenwerking niet langer tot meer synergie maar tot stroperigheid en uiteindelijk stilstand leidt. Of de Europese Unie al echt verbureaucratiseerd is verschillen de meningen, maar de groep dat daar rotsvast van overtuigd is, groeit met de dag. 

Nu het erop lijkt dat de ontwikkeling van de Europese Unie zich langs de lijn van het beschrijvend bedrijfskundig model lijkt te ontwikkeling is het misschien de moeite na te gaan wat het model voor mogelijke vervolgstappen ziet. Er zijn vier scenario’s denkbaar. De eerste optie is we gooien de handdoek in de ring. We verkopen de boel en laten anderen bepalen wat er gebeuren moet. Verkopen is voor een bedrijf misschien makkelijker voorstelbare optie dan voor een economische/politieke unie als de Europese Unie, maar misschien is China geïnteresseerd of anders Poetin wel. Een tweede optie is repareren. Voor hen die alleen geld en markt zien, misschien een reële optie, maar dan zou het op peil brengen van socialisatievermogen toch echt een voorwaarde zijn. Niet eenvoudig als het socialisatievermogen een blinde vlek is. 

De derde optie is terug naar de effectiviteitsfase. Het heeft er alle schijn van dat dit de optie is waar Cameron van hoopte dat dit binnen de Europese Unie zou kunnen. Duidelijk is dat het pro Brexit kamp, daar anders over dacht. “Terugkeren naar een vorige fase” is een reële optie die in het bedrijfsleven wel vaker wordt gevolgd. Echter, zo leert de praktijk, die optie heeft een hoge prijs die ook nog maar eens betaald moet kunnen worden. Men verliest geld (materieel vermogen) men verlies markten (commercieel vermogen), de interne verhoudingen komen onder druk te staan, men verliest socialisatie vermogen en de denkkracht wordt voor andere dingen ingezet dan de primaire taak van de organisatie. Vergissen we ons of zien we al dat het Verenig Koninkrijk bezig is die prijs te betalen al voor het daadwerkelijk verlaten van de Europese Unie een feit is. 

De vierde optie is doorstappen naar de vierde fase van het model. Het introduceren van een periode van grotere flexibiliteit, waarbij saamhorigheid niet wordt afgedwongen door regels en procedure, maar vooral het onderstrepen van de gemeenschappelijk waarden en het streven naar een gemeenschappelijk ideaal. Anderen hebben het ook opgemerkt, er moet een alternatief komen voor “nooit meer oorlog” die ook generaties aanspreekt, die nog nooit een oorlog hebben meegemaakt. 

Doorstappen heeft niet alleen onze voorkeur omdat het naar ons inzicht voordeliger is, maar omdat het ingaan van een nieuwe cyclus dichterbij brengt. Een nieuwe cyclus gekenmerkt door creativiteit waar innovatie een regel is en geen uitzondering, waarin maatschappelijke innovaties een kans krijgen om zo de mogelijkheden die de huidige technologische ontwikkelingen voor ons in petto lijken te hebben ook daadwerkelijke binnen handbereik komen en om antwoorden te vinden voor de grens overstijgende vraagstukken als klimaat, schaarste, armoede, vrede en veiligheid. 

Om tot een flexibeler Europa te komen zullen wel de handen uit de mouwen moeten worden gestoken, net zo als dat direct na WO II is gebeurd. Het denkvermogen van de Europese Unie zal moeten worden geactiveerd om de nieuwe situatie te verankeren in een nieuwe gedachte. Het draagvlak dat gecreëerd is zal er voor zorgen dat de gedachte ook werkelijk gedeeld wordt door de Europese bevolking en haar leiders. In deze fase zal Europa opnieuw gedefinieerd worden en vastgelegd in een nieuw verdrag. Deze nieuwe fase zal uiteindelijk zorgen voor een Europa met innovatieve kracht. Het betreft een nieuwe institutionele orde en er zal een verdieping van de interne markt plaatsvinden. Waarschijnlijk zal er sprake zijn van een Europa van regio’s (Schotland? Catalonië? Vlaanderen? Beieren? …..) in plaats van natiestaten. Sterk doorgevoerde subsidiariteit in plaats van centraal opgelegde standaardisatie. 

Omdat dit te realiseren moet de hoogste prioriteit worden gegeven aan vier onderwerpen: Er moeten verhalen komen die Europa positief weet te verbinden aan de realiteit van het leven van de gewone burger. Verhalen moeten een context bieden waarbinnen verandering kan plaatsvinden. Ten tweede moet het ontwikkelen van het spiritueel en intellectueel vermogen van Europa een boost krijgen. De encycliek Laudato Si van Paus Franciscus, maar ook de humanistische erfenis nagelaten door vele Europese filosofen, te beginnen bij Erasmus geven daar mooie aanknopingspunten voor. Ten derde moet de economie van Europa flexibiliseren. Voorwaarde voor flexibel handelen is dat Europa financieel op orde is en er zo budgettaire ruimte wordt gecreëerd. Het Europa van verschillende snelheden lijkt ons geen slecht idee en misschien moeten toch eens worden nagedacht op de Europa opsplitsen in Neuro en een Zeuro toch geen perspectieven biedt. Ten vierde moet Europese democratisch stelsel tot in de haarvaten van Europa op de schop. Standpunten worden nu nog veel te veel bepaald door de vraag: what’s in it for me? Dit is vooral ook een standpunt van lidstaten die vertegenwoordigd worden door een regering welke de eigen achterban enkel succes wil verkopen. Het Europese cherry picking is tekenend voor deze toenemende narcistische politiek. Terwijl democratie juist gebaad is bij solidariteit tussen verschillende groepen, ontwikkelt de samenleving zich de kant van polarisering op. De politiek reageert te veel op de waan van de dag en grote, vaak complexe, vraagstukken worden overgeslagen. Daarnaast heeft de sociale media een sterk invloed op het fragmenteren van belangen. Alle issues worden geproblematiseerd, individuele problemen met individuele oplossingen worden verheven tot algemene problemen met algemene regels als oplossing. Hierdoor blijft de focus op de lange termijn achter. Betrokkenheid van de burger middels een publiek debat is in Europa totaal afwezig. Niet alleen op Europees niveau moor ook op het niveau van lokale overheden. 

Het entameren van gezamenlijke projecten waar succesverhalen aan kunnen worden ontleend zijn van wezensbelang om een nieuw Europa te doen functioneren. De Europese Unie moet veel meer dan nu het geval is laten zien dat ze op alle terreinen een toegevoegde waarde biedt, niet alleen op materieel, maar juist ook op immaterieel gebied. Dit betekend absoluut niet noodzakelijkerwijs dat alle macht in Brussel gecentraliseerd moet zijn.